Twee vrouwen in de zetel op afdeling Kouter

Elk mens leeft in verbondenheid met anderen. In de vertrouwelijke relatie die we met patiënten aangaan, hebben we dan ook aandacht voor hun verhouding tot zichzelf en tot anderen. Wij vinden het evident dat familie en steunfiguren een belangrijke plaats innemen in het behandelproces. Het betrekken van de familie bij de weg die de patiënt bewandelt, kan bijdragen aan het verhogen van de veerkracht, het optimaliseren van de (na)zorg en het bevorderen van het herstel van de patiënt.

We zien familie ruimer dan het kerngezin en/of bloedverwanten. Het gaat over ouders, kinderen, partner en/of andere familieleden van het (nieuw samengestelde) gezin. Maar het gaat ook over andere naastbetrokkenen en belangrijke steunfiguren zoals een vriend of buur.
Het zijn mensen die de patiënt steunen en die de patiënt in vertrouwen neemt. Wanneer we spreken over de triade, verwijzen we naar de samenwerking tussen de patiënt, de familie en de hulpverlener. We zien de drie partijen als evenwaardig en behandelen ieders verhaal met respect. Het werken in triade vraagt een open communicatie waarbij veiligheid en vertrouwen een basisvoorwaarde zijn.  

Waar mogelijk betrekken we de familie vóór en zeker vanaf de opname.
We luisteren naar de ervaringsdeskundigheid van patiënt en familie. We bieden zorg op maat van de patiënt en zijn omgeving.  
De persoonlijk begeleider is het aanspreekpunt voor de patiënt en zijn familie doorheen het ganse behandelproces. 

We proberen vandaag te werken aan:

  • onthaal van familieleden
  • informatie geven aan familieleden
  • ondersteunen van familieleden
  • participatie en inspraak geven aan familieleden in het behandelproces

Het nauwer betrekken van familie en steunfiguren tijdens een behandeling brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Zo kunnen verwachtingen van familie, het respecteren van de privacy, de patiëntenrechten en het beroepsgeheim een mogelijk spanningsveld vormen. Uiteraard is het belangrijk om de wens van de patiënt te respecteren indien hij geen samenwerking wenst aan te gaan met familie of steunfiguren. De hulpverleners hebben in dit geval wel een inspanningsplicht om samen met de patiënt hiermee aan de slag te gaan.